donderdag 4 april 2013

De Stad

ANTWERPEN 

de Beukenlaan
staat vol met eiken,
de Kathedraal
wacht op een tweede toren,

sinds 1585
het Noorden heel verloren,
Calvijn laf meegevlucht
liet hier zijn wezen achter,

en ook het Scheldt
die valse zekerheid,
komt nu eens hoog
staat dan weer laag,
spoelt alles vrolijk weg
gedaan met het gezaag.


TRAM 24 

Waar gaat hij heen ?
-ach, het hoeft niet meer-
of toch, een laatste keer.

Elk einde is een nieuw begin,
na Silsburg, Schoonselhof,
heeft verder rijden toch geen zin. 

Ik neem hem mee:
een late gast, nog net op tijd
ontsnapt uit café Terminus;

Ik neem hem mee,
om wat hij achterliet,
want ’t Stad en ’t Leven wenken. 

De straten groeien langzaam dicht,
de huizen staan te dringen,
de mensen stappen op,
ik breng ze mee naar binnen. 

Het centrum is pas halfweg,
het gaat van “A” naar “Z”.

En tussen lijntjes blijven,
twee stalen groeven in de grond;
-ik zou zo graag ontsporen-
maar knarsetandend in de bochten,
gaat al mijn kracht verloren. 

Of toch,
ooit eens, één keer,
naar links of rechts,
neem ik de doden mee,
en keer ook ik nooit weer.