Tevreden samen leven, het is mijn vrome wens.
Vergeet je dikke boeken, je rollen dun papier,
Je moet niet verder zoeken, geluk dat vind je hier,
De zon van de Sahara, gaat onder op het wad,
Daar lopen geen kamelen, het regent er veel meer,
De wind blaast kil en nijdig, hij geeft je kop een sneer,
Je kan niet helder denken, je hersens zijn het zat.
We roeien in hetzelfde schuitje, elk met zijn eigen riemen.
We wonen in dezelfde straat, wel op een ander nummer.
Hoe komen we vooruit, hoe gaan we dit verdienen ?
Koeskoes Koos, lust boerenkool, Ach’met worst,
En zoekt ons groot orkest, alweer een nieuwe drummer
Blijft luid die vraag: wie is het die de wereld torst ?